Vkv > Maatschappijleer

"Luister maar gewoon."

Blij gespannen drukte de schooldirecteur zijn sigaar uit in de asbak die tussen ons in op zijn bureau stond. Ernaast stond een grijze intercom, die op leek te lichten in de schemerige ruimte. De directeur schakelde hem in en sloot zijn ogen. Een prekerige, licht galmende stem vulde het vertrek.

"Die man op die ladder... die sociale ladder dus... die kijkt niet naar beneden. Maar waarom niet? Waarom kijkt hij niet? Kijk nog maar eens goed. Hij is bang, mensen. Hij is zo bang dat hij er helemaal van staat te trillen. Misschien heeft hij hoogtevrees. Dat zou kunnen. Maar als hij hoogtevrees heeft, waarom dan de moeite genomen hebben om zo hoog, zo hoog zeg ik je, op die ladder te klimmen? Waarom toch, vraag ik jullie. Maar kijk nog eens goed, mensen. En zie de schreeuwende menigte aan de voet van die ladder. Kijk ze springen en woest naar zijn benen graaien. De man op de sociale ladder trekt angstig zijn voeten op. Hij trekt zich aan zijn armen verder omhoog, maar echt klimmen durft hij niet.

"Nu komt het," zei de directeur.

"En wat is dat eigenlijk voor een muur, waartegen die sociale ladder leunt? Wat houdt hem overeind? De maatschappij? Maar de menigte onder hem is toch ook de maatschappij? Of is de maatschappij denkbeeldig, bestaat hij niet echt? Wordt de ladder in werkelijkheid misschien slechts omhoog gehouden door de grijpgrage armen van die woedende menigte aan zijn voeten? Het zou het woest heen en weer zwiepen van de ladder verklaren, nietwaar? Het zou ook de angst van de man verklaren, voor zeker. Dus la-"

De directeur drukte op een knop en de stem verdween. "Mooi he," zei hij. "Ik kan hier zo van genieten. Soms, als ik verhinderd ben, neem ik de lessen op en speel ik ze 's avonds af voor ik ga slapen." Hij schakelde de intercom, die steeds lichter leek te worden in het halfduister, weer in. Een andere, wat ongduldigere stem vulde nu de kamer.

"In een wereld met alleen maar verkeersborden, welk verkeersbord zou jij dan willen zijn? Ja dat is overdrachtelijk bedoeld, natuurlijk. Denk maar eens goed. In een wereld met alleen maar verkeersborden zijn geen straten. Wie zou er immers overheen moeten lopen? Verkeersborden zelf steken geen straten over. Verkeersborden zouden maar achteloos in de vensterbank worden gezet. Of aan de muur gehangen desnoods. Misschien wel de muur van de maatschappij. Welk bord.."

De directeur zette de intercom uit. "Begrijpt u het nu?"

"Nee," zei ik. "Ik begrijp er niets van."

De directeur onderdrukte een zucht. "Zie het als verhaaltjessommen," zei hij, "Net zoals ze die bij wiskunde gebruiken. Onwerkelijke, onwaarschijnlijke verhaaltjes zijn dat altijd, die niettemin toch belangrijke, abstracte concepten blootleggen. Concepten die men dient te begrijpen. Geen kind probeert tegenwoordig nog twaalf appels te verdelen over vijf vriendjes. Toch helpen ze. Nu vraag ik u: begrijpt iemand de maatschappij nog? Begrijpt u hem? Ziet u hoe dit kan helpen?"

Ik dacht er even over. "Nee," zei ik weer.

De directeur zuchtte nu echt. "Laat u het anders nog even bezinken. Het komt, echt. En loopt u ondertussen gerust beneden rond. We hebben geen geheimen hier."

Ik nam afscheid en verliet de kamer. Aan rondkijken had ik geen behoefte, dus zocht ik mij zo snel mogelijk een weg door de lange gangen. Er hing een onwerkelijke sfeer. Het was nog duisterder dan bij de directeur en het was opvallend stil. Alsof iedereen in de klaslokalen lag te slapen. Maar kijken deed ik niet.