Vkv > Grasveld

Het valt niet mee een grasveld, nee meer een park eigenlijk, smetteloos schoon te houden als er pal naast een worstenfabriek staat, met daar bovenop een grauwe schoorsteen, die de hele dag door niets anders doet dan stank en viezigheden de lucht in walmen. Waarom willen mensen worsten? denk je dan. Om er mosterd en curry op te doen, is het antwoord. En om ze maar half op te eten, omdat ze eigenlijk toch niet lekker zijn, en om met een vies gezicht het restant in een papiertje te wikkelen en om dat druipende pakketje, want natuurlijk zat er veel te veel saus op, om dat pakketje vervolgens in hier in het park op het gras te flikkeren. Daarom.

Maar de mensen kunnen niet van twee walletjes eten. De fabriek en het park zijn twee verschillende werelden en die werelden botsen. Vrij hard. Ga maar na, de fabriek is lawaaiig, vies en vuil. Het park is schoon, ordentelijk en fris. Waar de fabriek stinkt, ruikt het in het park naar bomen en gras. Waar in de fabriek de machines ratelen, twinkeleren in het park de vogels. Het is altijd de mens tegen de natuur. Dat geeft ellende. En uiteindelijk wint de natuur, want de mens is ook natuur. Alleen weet de mens dat niet meer van zichzelf.

Park is ordentelijk en recht. Fabriek is rommelige chaos. Sommigen menen dat ordentelijk en recht bij de mens horen en juist niet bij de natuur. Die mensen hebben het fout. De natuur is een en al orde en wetten en een natuurwet gaat altijd boven een door mensen gemaakte wet. Heb je ooit een lammetje een tijger zien opeten? Nee, natuurlijk niet. Dat kan niet, Dat gaat in tegen de natuurwet van eten en gegeten worden. Het recht van de sterkste. Kraakhelder. Rechtlijniger krijg je het niet.

Dat gemillimeterde gras en die geometrische vormen zijn daar een uitvloeisel van. Zoals elk hoger wezen streeft de natuur naar abstractie. En de natuur heeft handen en voeten nodig om die abstractie werkelijkheid te maken. De ene keer zijn die handen en voeten een fluitend vogeltje, de andere keer een dartelend lam. Deze keer ben ik het. En al die andere mensen, die mensen die worsten met mosterd in papieren zakjes eten, die mensen die die papieren zakjes vervolgens op het gras rond laten slingeren, die zijn dat niet. Die mensen moeten dus weg. De natuur zal daar zorg voor dragen. Op de wijze die haar tekenend is: zonder aarzeling en zonder medelijden. In de natuur komt geen medelijden voor, dat weet u toch wel? Ooit een walvis medelijdend naar een wolk plankton zien kijken? Doe niet zo gek.

Dus, mevrouw, als ik u zeg niet op het gras te lopen, dan zeg ik dat niet zomaar. De wetten gelden voor iedereen, ook voor U. U heeft nog dertig seconden om U uit de voeten te maken, voor ik los ga. Zo menselijk ben ik nog. Nog wel. Morgen misschien niet meer.

Daar hoeft u niet van te schrikken. Diep van binnen weet u dat de dingen gaan zoals ze altijd al gegaan zijn. Het is immers de natuur. Een prettige dag nog.