Vkv > Oneindig ei

In een koude keuken zit Parfen Semjorowich in zijn ochtendjas aan de tafel en hij staart naar het gekookte ei voor hem. Hij heeft in dagen niet geslapen. In zijn hoofd drijven gedachten langzaam als ijsschotsen tegen elkaar. Parfen denkt aan de oneindigheid. Hij probeert het begrip te omvatten met zijn geest, maar hij snapt dat zoiets niet kan. Je kunt de oneindigheid niet omvatten met je gedachten, want dan zouden je gedachten groter moeten zijn dan het onmeetbare grote.

Dit doet Parfen's humeur geen goed.

Als je dagen niet geslapen hebt merk je niet meer hoe laat het is. 's Ochtends vroeg, 's avonds laat, het voelt allemaal hetzelfde. De wereld verandert in een permanente schemering waar je doorheen struikelt als een dronkeman. Een agressieve dronkeman, in het geval van Parfen.

De voorbijdrijvende oneindigheid. Als hij het niet kan omarmen, kan hij het dan op zijn minst bij zijn kladden grijpen en in een hoek smijten?

Parfen kijkt nog eens naar het ei voor hem. Hij denkt aan de kip die dit ei heeft gelegd en aan het ei waaruit die kip weer voortkwam en de moederkip die dat ei weer op de wereld gelegd heeft enzovoorts. Een oneindige rij van kippen en eieren.

Dan slaat de kerkklok buiten acht uur. Het is ochtend. Parfen moet naar zijn werk.

Hij pelt het ei, bestrooit het met zout en eet het op. Dan kleedt hij zich aan en trekt hij de deur achter zich dicht. Het is nog maar achtduizendvierhonderdnegenenzeventig dagen tot zijn pensioen.